Mijn motivatiebrief














Beste Jonge Socialist,



Op 12 augustus 2020 was ik in de jeugdgevangenis in Breda. Ik was daar op bezoek om met de gedetineerden te praten over de politiek. Een van die gedetineerden was Michiel (niet zijn echte naam). Een jongen van twintig jaar oud, even oud als ik toen was. Michiel woonde net als ik destijds in de Utrechtse wijk Overvecht. We hadden veel gemeen, behalve dat hij was opgegroeid in een arm en crimineel milieu terwijl ik opgroeide in een bastion van privilege. Michiel heeft van jongs af aan dingen moeten doorstaan die hem recht in de armen van de misdaad hebben geduwd. De politiek heeft hem al op jonge leeftijd in de steek gelaten. Ik had op mijn beurt eigenlijk nooit iets te klagen.

Bijna alle jeugdgedetineerden belanden na hun tijd in de gevangenis terug in de criminaliteit. Terwijl ik een jaar later de eer zou hebben om mijn bachelorsdiploma in de geschiedenis te ontvangen, had en heeft Michiel bijna geen uitzicht op een betere toekomst. Er zijn honderden dan wel duizenden jongeren die opgroeien met hetzelfde gebrek aan kansen als Michiel. Die dag stond ik oog in oog met een vorm van ongelijkheid die de afgelopen jaren steeds duidelijker voor mij is geworden.

Ik stel me kandidaat voor het voorzitterschap van de Jonge Socialisten, omdat ik mij in wil zetten voor mensen als Michiel en al die anderen die vanaf hun geboorte achter de feiten aan lopen. Met deze brief wil ik je meenemen in wat mij drijft – en wat mij boos maakt. Ik wil je mijn ervaringen met onze prachtige vereniging laten zien en samen kijken naar de mogelijkheden die er wat mij betreft liggen.

Als linkse beweging strijden we natuurlijk niet voor onszelf, maar in de eerste plaats voor zij die uitgebuit worden, geen erkenning krijgen of op een andere manier beperkt worden door falend beleid of brute pech. Zelf denk ik altijd aan mijn collega’s in de kaasfabriek waar ik vroeger werkte. Zij doen loodzwaar werk met mensen die niet dezelfde taal spreken, maken lange dagen met weinig vakantie en krijgen op latere leeftijd ontzettend veel last van hun kapotgewerkte lichaam. Dit alles voor minder dan vijftien euro per uur. Ook denk ik aan de Democratische kandidaat Amy Vilela, die dankzij het Amerikaanse gezondheidssysteem haar dochter verloor. Haar dochter, Shaylynne, had last van een bloedprop. Een simpele operatie had haar leven kunnen redden, maar het ziekenhuis weigerde te behandelen omdat ze niet verzekerd was. Amy is na deze verschrikking politiek actief geworden en strijdt er nu voor dat hebzucht nooit meer boven mensenlevens mag gaan.

Mensen achter verhalen als deze zijn waar ik het voor doe. Hoe vrij zijn mijn oud-collega’s in een systeem waarin zij vastzitten in een uitzichtloze baan? Hoe hoog is onze welvaart nu echt wanneer we niet voor levensreddende operaties willen betalen? Hoe barmhartig zijn we als wij mensen die uit de gevangenis komen geen tweede kans geven? Zijn we echt een beschaafd land, wanneer wij niets doen aan de klimaatcrisis, groeiende ongelijkheid en de humanitaire crisis aan de grenzen van de EU? Onze samenleving is aan alle kanten scheefgegroeid. Er is veel kracht nodig om dit weer recht te zetten. Bij mij maakt dit veel los: machteloosheid, woede, frustratie – en een missie.

Deze gevoelens zullen denk ik wel bekend bij je voorkomen. Wij delen met z’n allen iets wat ons boos maakt of een ideaal dat we nastreven. Deze missie is wat ons verenigt en Jonge Socialisten maakt. Ik ben zelf enorm trots op onze vereniging. Jij en ik zijn onderdeel van een thuishaven voor jonge activisten en politici. Onze vereniging is een plek waar allerlei verschillende verhalen en achtergronden samenkomen om voor het goede op te komen. Iedereen met een sociaal hart is welkom bij de JS en ik ben blij dat zoveel verschillende mensen hun weg naar ons weten te vinden. Wij willen immers allemaal op onze eigen manier de wereld verbeteren.

Als voorzitter wil ik al deze energie gebruiken om de JS te laten doen waar de vereniging voor bedoeld is: bijdragen aan politieke verandering. De afgelopen tijd lag de focus te veel op onszelf, in plaats van op wat we willen bereiken voor een ander. Ik wil de JS actiever laten opkomen voor de thema’s die ons aan het hart gaan, of dit nu over huisvesting, geestelijke gezondheidszorg of klimaatrechtvaardigheid gaat. Laten we door middel van langdurige campagnes niet alleen de actualiteit volgen, maar ook dingen aankaarten. Niet volgen, maar leiden. Net als onze zusterorganisatie in Duitsland, die regelmatig de SPD naar links trekt. Of de SSU in Zweden, die ervoor zorgde dat het Europees Parlement Palestina als staat erkende. In het buitenland gebeurt het al, dus waar wachten we nog op? Wij hebben de macht om de discussie aan te zwengelen en het debat op scherp te zetten, zowel binnen de PvdA als breder in de samenleving. Laten we als JS meer durven en onze woede gebruiken voor het goede.

Om die politiek goed uit te dragen moeten we ook nog iets anders aankaarten. Onze vereniging is nog steeds niet divers genoeg. De JS kent gelukkig al veel verschillende mensen van uiteenlopende achtergronden, maar er is nog veel werk te doen. Te vaak heb ik dit jaar op activiteiten gestaan waar vooral hoogopgeleide witte mannen aanwezig waren. Te vaak heb ik gezien hoe dit het moeilijker kan maken voor andere mensen om actief deel te nemen aan activiteiten of congressen. Als voorzitter wil ik onze vereniging diverser maken, zodat nog meer verschillende stemmen binnen onze vereniging gehoord worden. Dit kan in onze progressieve politiek als het aan mij ligt niet ontbreken. Door middel van rolmodelcampagnes, maar ook aan de hand van interne discussies over toegankelijkheid en diversiteit kunnen we echt nog stappen zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de feministische brainstorm die afgelopen jaar heeft plaatsgevonden. Als we een brede discussie organiseren, juist ook met mensen die al bij de dominante groep horen, kunnen we diversiteit en toegankelijkheid nog hoger in het vaandel hijsen. Op naar een vereniging met meer vrouwen, LHBTI’ers, mbo’ers en mensen met een migratieachtergrond.

Natuurlijk geef ik toe dat we dit alleen kunnen bereiken als de basis op orde is. Er zijn echt nog stappen te zetten wat betreft onze interne communicatie en transparantie. Ik hoor deze geluiden uit de vereniging en zal er naar handelen. Ik kan niet alle problemen doen verdwijnen, maar wel zoveel mogelijk frustratie wegnemen. Mijn belofte aan jou is dat onduidelijkheid onder mijn voorzitterschap niet aan de orde zal zijn. Ik beloof helder te zijn naar leden en afdelingen. Ik zal duidelijk uiteen zetten waar problemen ontstaan en hoe we bezig zijn om die op te lossen, ook als er geen vooruitgang in dit proces zit. Ook zal ik eens per week telefonisch bereikbaar zijn voor alle leden met een vraag of idee om de drempel voor contact zo laag mogelijk te maken. Ik zal daarnaast fysiek kennis komen maken met alle afdelingen en samen met de secretaris maandelijks alle voorzitters bellen. Ik omarm de Raad van Advies en kijk ernaar uit om met leden van het orgaan samen te werken. Ik zal leiding geven aan een bestuur waar leden van op aan kunnen, zodat zij zich met de politiek bezig kunnen houden.

Als Jonge Socialisten komen we in actie voor mensen die ons het hardst nodig hebben; mensen als Michiel. Wij spreken voor zij die stil moeten zijn, ook als de PvdA dat niet wil. Middels deze brief heb ik je meegenomen in wat mij drijft en hoe ik mijn boosheid wil omzetten in positieve actie. Ik geloof in het potentieel van onze vereniging – van jou en mij. Ik wil me als voorzitter onder andere sterk maken voor een uitgesproken politieke organisatie, voor transparant en toegankelijk bestuur en voor diversiteit. Kortom: er is nog een wereld te winnen!

Graag ga ik met jou het gesprek aan over deze brief. Wat maakt jou boos? Waarom ben jij politiek actief geworden? Wat vind jij dat beter kan aan onze vereniging? Stuur gerust een appje of spreek me een keer aan op een activiteit. Tot snel!



Met vriendelijke groet,







Lukas van Dongen